Boerboels komen van oorsprong uit Zuid-Afrika. Het lijken intimiderende honden,maar het tegendeel is waar. Ze zijn zeer kalm en liefhebbend, wat ze geweldige gezinshonden maakt. Ze werden van oorsprong gefokt om boeren in Zuid-Afrika te beschermen tegen aanvallen van leeuwen, hyena’s en andere wilde dieren. Hierdoor zijn ze beschermend, maar niet geschikt als waakhond. Zijn naam betekent simpelweg ‘boerenhond’ op zijn Zuid-Afrikaans. Boerboels stammen af van de honden die Nederlandse kolonisten naar Zuid-Afrika brachten. Ondanks dat ze enigszins aan populariteit hebben gewonnen zijn ze nog steeds zeldzaam.

Kenmerken en socialisatie

Het zijn werkhonden met een schofthoogte tussen de 55 cm en 65 cm en wegen tussen de 50 en 90 kilogram. Boerboels worden tussen de 10 en 12 jaar oud. Fysiek zijn deze honden zeer krachtig, maar ze hebben een liefhebbend karakter. Ze zijn zeer toegewijd aan hun gezin en huis. Tegenover de kinderen zijn ze zeer beschermend en hier zijn ze gek op. Boerboels kunnen te territoriaal worden, en om dit te voorkomen dienen ze een goede training en socialisatie te krijgen. Hiermee wordt voorkomen dat ze agressief gedrag gaan vertonen naar andere honden en vreemden. Ze hebben veel mentale en fysieke uitdaging nodig om te voorkomen dat ze zich gaan vervelen. Ondanks dat ze zo kolossaal zijn blijken ze verrassend wendbaar te zijn.

Destructief gedrag kan ontstaan als ze te lang alleen worden gelaten en zich teveel vervelen. De baas dient geduldig en zelfverzekerd te zijn tijdens de training. Het feit dat het niet echte waakhonden zijn neemt niet weg dat ze hun eigen territorium zullen verdedigen. Hierdoor moet je ze aan eventuele bezoekers introduceren, zodat ze zich op hun gemak voelen. Het is belangrijk om te voorkomen dat ze bezoekers niet willen aanvallen, omdat ze hun territorium aan het verdedigen zijn. Hoe dan ook, ze blijven op hun hoede tegenover “vreemdelingen” van buiten hun gezin.

Het zijn ideale huisdieren, omdat ze zeer aanhankelijk zijn en gesteld zijn op hun gezin. Ze zijn niet geschikt voor beginnende hondeneigenaren vanwege hun territorialiteit. Ze hebben weinig gezondheidsproblemen, maar een paar kwalen die regelmatig binnen dit ras voorkomen zijn heup- en elleboogdysplasie, hartaandoeningen, aandoeningen aan de oogleden, vaginale hyperplasie en een opgeblazen gevoel. Soms is er sprake van dysplasie.

Doordat ze een korte vacht hebben is er niet veel vachtverzorging nodig. De vacht van een Boerboel is soepel, glanzend en is erg dicht. De kleuren die ze hebben wisselt, maar bij meer dan 30% witte vacht wordt het officieel als fout gezien. Wel moeten hun nagels regelmatig geknipt worden, en de oren moeten elke paar weken worden gecontroleerd. Hun tanden zouden ook wekelijks gepoetst moeten worden, maar er bestaan speciale botjes voor de tandverzorging.

Hun karakter is speels, intelligent en enthousiast om de baas te behagen. Tegen de verveling helpt het om ze een taak te geven. Dit kan bestaan uit vele dingen. Bijvoorbeeld een bepaalde taak uitvoeren voordat hij zijn eten krijgt, een botje en speeltjes op een vaste plek terugleggen na gebruik of een beloningsspeeltje dat alleen verkregen wordt na een bepaalde taak uitgevoerd te hebben of goed gedrag te vertonen. Naderhand berg je het speeltje weer op. Uitgebreide spelletjes en uitdagende apparaten zoals speciale hondenpuzzels zorgen voor een mentale uitdaging. Een simpel zoekspelletje naar hun favoriete speeltje kan ook een idee zijn.

Ook lange wandelingen zijn goed om ze mentaal moe te maken. Ze passen zich zonder zorgen aan het klimaat in West-Europa aan. Vanwege hun grootte hebben ze ruimte nodig en in een appartement gedijen ze minder goed. De beste leefomgeving is een huis met een grote achtertuin of een boerderij. Hierdoor hebben ze veel vrijheid om rond te rennen.

Voor voeding moet rekening gehouden worden met een dieet voor een grote hond met een basis tot hoog energieverbruik. De voedingsbehoeften veranderen afhankelijk van hun leeftijd en de mate van energie wat verbruikt wordt.

Geschiedenis

Deze boerenhonden werden door de Nederlandse kolonisten gefokt sinds 1600. Ze werden gebruikt om hun woning te beschermen tegen gevaarlijke wilde dieren zoals hyena’s, leeuwen en luipaarden. De kolonisten brachten grote, sterke honden met zich mee die gekruist zijn met lokale gedomesticeerde honden. De oorspronkelijke rassen waaruit een Boerboel afstamt zijn niet volledig bekend. Enkele invloeden komen zeker van Bull Mastiffs, Bulldogs en de originele Boerboels. Doordat alleen de sterkste honden overleefden heeft de Boerboel op dit moment de vasthoudendheid en kracht waarmee hij bekend staat. Er is geen raszuiverheid, omdat gedurende de oorlogen vele honden ge├»soleerd op het platteland leefden en deze later weer gekruist zijn met de gezinshonden in de grote steden.

In de jaren tachtig is men begonnen om de honden wederom meer raszuiver te fokken.